Een tijdje geleden vroeg collega-schrijfster Willemijn Schmidt zich af waar de feministische manifesten van 2016 blijven. Ze heeft me aan het denken gezet, niet zozeer om de taak op me te nemen, maar wel over de verwarring die hedendaags feminisme ook bij mij oproept. Eén ding weet ik als feministe zeker en dat is dat we allen bevrijd moeten worden van de onderwerping aan the male gaze.

The male gaze kwam in 1975 voor het eerst ter sprake in een essay van Laura Mulvey, een feministische filmcriticus, genaamd Visual Pleasure and Narrative Cinema. Hierin betoogt ze dat films en advertenties gecreëerd worden voor de heteroseksuele man. Volgens Mulvey ontnemen makers van films en advertenties hiermee de menselijkheid van een vrouw, doordat de camera zodanig op haar lichaam focust dat haar status niet verder reikt dan van een plezierig object voor het mannelijk oog. Het spreekt voor zich dat die camera merendeels bediend wordt door westerse, heteroseksuele mannen. Dit resulteert niet alleen in een mannelijke gaze; veel vrouwen nemen (onbewust) de benadering van de vrouw als erotisch object over en beoordelen zichzelf en anderen vanuit dit mannelijk perspectief.

Een voorbeeld: eerder dit jaar ging de directeur van Suitsupply naar aanleiding van zijn provocerende, seksueel getinte reclamecampagne een gesprek aan met een kritische studente, die zijn advertenties in Amsterdam had beplakt met maandverband. Ze staan in een reportage van AT5 naast een van zijn reclameborden, waarin de boezem van een zwarte vrouw als glijbaan fungeert waar mannen van af glijden. De studente hekelt dat de vrouw als object wordt neergezet en niet als mens, maar de directeur ‘erkent haar woorden niet’ en zegt: ‘Dan begrijp jij dus niet wat seksisme is.’ Kortom, zij is degene met oogkleppen op, zij had zich beter moeten inlezen over dit onderwerp en haar gevoelens slaan nergens op.

Witter en patriarchaler dan dit kom je ze niet tegen. Het enige wat nog ontbrak in het interview was zijn mansplaining van seksisme.

Reclameborden met dezelfde boodschap als die van Suitsupply had je vijftig jaar geleden ook, maar de huidige Instagram feed en de hatelijke of juist overdreven complimenterende commentaren eronder – over puur en alleen het uiterlijk – maken het er voor de jonge generatie vrouwen niet gemakkelijker op. Uit een Australisch onderzoek uit 2013 blijkt dat tienermeiden die online erg actief zijn onzekerder zijn dan meiden die vaker offline zijn. Een bovenmatig gebruik van social media hangt sterk samen met een negatief zelfbeeld, omdat de meerderheid de druk ervaart om zich continu op zijn allermooist te etaleren.

Dit gaat natuurlijk niet alleen op voor tienermeiden. Het heeft iets treurigs om volwassen vrouwen geconcentreerd met hun telefoons eindeloos een duckface, fish gape of wat voor zielloze uitdrukking dan ook te zien maken, maar als ik het meiden van twaalf zie doen met een dito opgemaakt gezicht word ik ronduit hopeloos. Ik prijs mezelf zo gelukkig dat mijn moeder me destijds verzekerde dat ik thuis niet welkom was als ik opgemaakt naar school ging. ‘Je gaat naar school om te leren, niet om mee te doen aan een modeshow!’ Het klonk te streng en te truttig in mijn puberoren, maar ik zie nu in dat mijn moeder me duidelijk wilde maken dat mijn uiterlijk op de tweede plaats komt. Dit besef draag ik nog altijd uit. Mijn uiterlijk is geen prioriteit, toen niet en nu niet. Daar herinneren met name mijn prachtige, perfect gekapte, Turkse vriendinnen me van tijd tot tijd aan, die versteld staan om het gebrek aan make-up op mijn gezicht en meteen de minuscule haartjes op mijn bovenlip spotten, die ik zelf nooit zie omdat mijn badkamerspiegel te slecht verlicht is. Als me dan een kleine spiegeltje in fel daglicht wordt voorgehouden, grijp ik alsnog naar een pincet, hoor. Zo radicaal zijn mijn feministische ideeën (nog) niet ontplooid.

Terug naar the male gaze waar we volgens mij meer bewust van zouden moeten zijn. Die uit zich namelijk niet alleen visueel; er wordt– helaas – ook veel gepubliceerd in bladen en boeken die er mee zijn besmet. Denk aan die lachwekkende tips in vrouwenbladen waar je je als vrouw zogenaamd aan moet houden, zodat je interessant blijft voor mannen (tijdens het daten of rollebollen) en hoe je ze ten alle tijde kunt voorzien van een mooi plaatje (Draag dit! Smeer dit!). Ook de aristocratische Parisienne en voormalig model Caroline de Maigret geeft in haar boek How to be a Parisian Wherever You Are: Love, Style and Bad Habits advies om aan de mannelijke lens te voldoen:

“Always be fuckable: when standing in line at the bakery on a Sunday morning, buying champagne in the middle of the night, or even picking the kids up from school. You never know.”

Pardonnez-moi? Ik vraag me af of de ghostwriter van dit sterk staaltje literatuur een man was, want door dit soort uitspraken zakt de moed me in de schoenen. Natuurlijk zijn er momenten dat je je sensueel en zelfverzekerd voelt en daar naar gedraagt, maar deze momenten vinden merendeels in de slaapkamer plaats of op de dansvloer na drie glazen wijn (alcohol is bij uitstek het populairste afrodisiacum). Ik zal niet ontkennen dat ook ik mijn lichaam wel eens in de strijd gooi om de aandacht te krijgen van een leuke man, mits ik daar op dat moment zin in heb. Dan maak ik gebruik van mijn heupen en ondeugende blik, omdat dit biologisch gezien nu eenmaal het gangbare is binnen het flirtdomein. Op dat moment gedraag ik me fuckable, omdat ik me op dat moment zo voel. Dit klinkt in sommige oren wellicht tegenstrijdig, dus laat ik diegene aan het volgende herinneren: ik ben een vrouw van vlees en bloed, ik ben een flirt, maar dat laatste beheerst niet mijn leven. Ik houd me er niet continu mee bezig om te behagen, niet in de kroeg noch door dagelijks selfies op internet te plaatsen. In het weekend wil ik nog wel eens als een brutale mannengek met felrode lippen los gaan op punk of hiphop en tijdens het dansen met knappe mannen sjansen, maar als ik naar de supermarkt moet omdat ik door mijn maandverband heen ben is fuckable eruitzien het laatste waar ik aan denk.

Voordat er verandering in een maatschappij kan ontstaan moet het bewustzijn onder handen worden genomen, van mannen én vrouwen die vastgeroest zitten in een witte, patriarchale kijk op de wereld. De moderne feminist is niet alleen baas in eigen buik, wat de tweede golf ons heeft opgeleverd (waarvoor eeuwig dank), maar ook baas over haar gedachten. Ze is zich bewust van de negatieve impact van the male gaze en laat zich hierdoor niet dicteren.

Hiermee heb ik helaas nog geen manifest geopenbaard, maar ik doe wel een kleine gooi naar een transformatie binnen het collectief bewustzijn. Wie volgt?

Geschreven door Elanur Colak

 

Beeld: facial expression